In samenwerking met admin 12:28 Uncategorized

TRANEX-studie voorkomt bloedverlies bij operaties aan brandwonden

De voorbereiding duurde lang en het proces verliep moeizaam. Uiteindelijk moesten ze vroegtijdig stoppen met de studie. Toch hebben Rolf Gigengack en Joeri Slob veel geleerd van het TRANEX-onderzoek. En de wereld straks ook, op allerlei verschillende manieren.

Joeri Slob werkt al jaren als anesthesiemedewerker in het Maasstad en ging de opleiding Gezondheidswetenschappen doen. Hij belandde als onderzoeker op het Brandwondencentrum. Hij hoopt volgend jaar zijn PhD te halen. Rolf Gigengack begon zijn loopbaan als arts in het Maasstad Ziekenhuis en ging daarna naar Amsterdam om de opleiding anesthesiologie te doen. Hij ging op de intensive care werken, waar hij nu staflid is. In 2018 startte hij een onderzoeksproject. Dat is gericht op de behandeling van brandwondenpatiënten tijdens het perioperatieve traject en op de intensive care. Daar zal hij dit jaar op promoveren. De TRANEX-studie maakt onderdeel uit van dit project. Hierin wordt primair gekeken naar de effectiviteit van tranexaminezuur tijdens operaties van mensen met brandwonden (zie kader).

Ingrijpende interventie

‘De subsidie is aangevraagd in 2019’, vertelt Rolf Gigengack. ‘We kregen geld van de Nederlandse Brandwonden Stichting. Ik heb ongeveer een jaar gewerkt om van iedereen akkoord te krijgen. Het is een gerandomiseerde klinische studie (RCT) bij een ingrijpende interventie. Over de randvoorwaarden hebben we veel moeten afstemmen. Uiteindelijk is dat het onderzoek alleen maar ten goede gekomen.’ Zo werd er naast de primaire uitkomstmaten (hoeveelheid bloedverlies, fibrinolyse, verstoring van stolling door brandwond) ook gekeken naar bijvoorbeeld littekenvorming, opnameduur, neurologische complicaties en de sterkte van de stolsels.

‘Eigenlijk zijn ze ingehaald door instituten met veel meer patiënten, die makkelijker konden includeren.’

De onderzoekers berekenden dat ze voor de TRANEXstudie 95 proefpersonen nodig zouden hebben. De studie is opgezet in de drie brandwondencentra in Nederland: het Maasstad Ziekenhuis, Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk en het Martini Ziekenhuis in Groningen. In 2021 is de studie hier gestart en in 2025 volgde het Rode Kruis Ziekenhuis. De studie is gestopt voordat het Martini Ziekenhuis kon starten.

Includeren

‘Het was heel moeilijk om patiënten te includeren’, legt Joeri Slob uit. ‘Mensen met brandwonden hebben vaak flink wat meegemaakt. Ze hebben pijn en dan komt een dokter ze ook nog vertellen dat ze moeten worden geopereerd. Op zo’n moment gaat een onderzoeker vragen of ze aan een studie willen meedoen. Daarnaast moet er veel bloed worden afgenomen, voor, tijdens en na de operatie. Bovendien hebben brandwondenpatiënten vaak vochtophoping in de ledematen of zijn ledematen verbrand. Dit maakt een infuus prikken lastig.’ Uiteindelijk vonden de onderzoekers 59 proefpersonen voor de TRANEX-studie, het merendeel in het Maasstad Ziekenhuis.

Geen vaste prik

‘Eind vorig jaar zijn we vroegtijdig gestopt met de studie’, zegt Joeri Slob. ‘In dit tempo zou het te lang duren om alle proefpersonen te includeren.’ Rolf Gigengack vult aan: ‘Ondertussen verschenen andere internationale studies die de effectiviteit aantonen. We vonden het moeilijk om patiënten het middel te gaan onthouden, want natuurlijk kreeg maar de helft van de deelnemers tranexaminezuur.’ Eigenlijk zijn ze ingehaald door instituten met veel meer patiënten, die makkelijker konden includeren, constateert Gigengack. ‘Het zegt wel iets over de Nederlandse situatie’, vindt Joeri Slob. ‘Kennelijk doen de preventieve maatregelen hun werk, we zien de laatste jaren een dalende trend in de ernst van brandwonden.’

‘De internationale tendens is om tranexaminezuur toe te dienen tijdens operaties van grote brandwonden. Of dat bij kleinere brandwonden onze aanbeveling wordt, moet nog blijken’, zegt Slob. ‘We zijn op dit moment bezig met de analyses. Het is goed dat we deze studie bij een groep uitvoeren die minder ernstige brandenwonden heeft dan onze collega’s buiten Europa.’

Wat doet tranexaminezuur tijdens operaties?

Tranexaminezuur is een middel dat bloedverlies kan verminderen. Bij groot en klein letsel zet het lichaam een zogenaamde stollingscascade in om daar een stolsel te ontwikkelen. Maar om dat proces in balans te houden, moet die stolling ook weer afgeremd en afgebroken worden. Dat gebeurt door fibrinolyse. Tijdens operaties kan fibrinolyse te snel verlopen en dan is er meer bloedverlies. Dan kan tranexaminezuur helpen. Het werkt in op de vorming van het stolsel, in plaats van dat het lichaam het stolsel afbreekt zorgt het middel ervoor dat het stolsel langer intact blijft. Het middel is de afgelopen 10 tot 20 jaar onderzocht bij operaties in verschillende specialismen. Het blijkt gunstige effecten te hebben. Bij brandwonden zijn de laatste jaren studies naar het effect van tranexaminezuur langzaam op gang gekomen. De ‘body of knowledge’ wordt steeds groter, maar bij kleinere brandwonden is het middel nog niet eerder onderzocht.

Teamwork

Zo’n complexe multicenter studie vereist veel inspanning van collega’s. Gigengack en Slob hebben er als PhD-studenten veel tijd ingestoken om de studie goed te beschrijven en de inclusies te realiseren. Daarnaast hadden hoofdonderzoeker dr. C.H. van der Vlies, coördinerend onderzoeker dr. S.H.A. Koopman en dr. M.E. van Baar, directeur van Alliantie Verenigde Samenwerkende Brandwondencentra Nederland, een superviserende rol. Ook alle collega’s op het brandwondencentrum in het Maasstad Ziekenhuis en het Rode Kruis Ziekenhuis waren onmisbaar om deze studie te kunnen uitvoeren, aldus Rolf Gigengack en Joeri Slob.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Facebook
Twitter
LinkedIn
Sluiten