Ouderen met kwetsbare gezondheid hebben vaak weinig reserve; één gemiste stap kan grote gevolgen hebben. Maar één goed afgestemde interventie kan juist enorm veel opleveren. Wat mij drijft, is dat we met relatief kleine veranderingen veel leed kunnen voorkomen en ouderen kunnen helpen om zo lang mogelijk betekenisvol en waardig te leven. Dat zegt klinisch geriater Marleen Harkes. Zij is tevens (actie)onderzoeker ‘geriater in de eerste lijn’.
Een kwetsbare oudere is volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een 65plusser die moeite heeft de regie over het eigen leven te voeren en daarmee zelfstandigheid te behouden. In 2020 telde ons land er 730.000 en in 2030 zijn er naar schatting ruim een miljoen. De toename benadrukt het belang van initiatieven om geriatrische zorg steeds verder te verbeteren.
Dit is waarop Marleen Harkes zich richt, zowel in de patiëntenzorg als via onderzoek. De methode die zij op dit laatste vlak het liefst hanteert, is actieonderzoek. ‘Hierbij geef je onderzoek en praktijkverandering tegelijk vorm’, legt Marleen uit. ‘Je kijkt niet vanaf een afstandje toe, maar voert mét de praktijk veranderingen door en evalueert die direct. Het is cyclisch: proberen, evalueren, bijstellen. Al doende leer je. Dat is ideaal voor mij, omdat ik het liefst patiëntenzorg doe. Door patiënten dagelijks mee te maken, zie ik wat nodig kan zijn. Geriatrische zorg speelt zich af in een complex systeem. Je kunt dat niet verbeteren met alleen een theoretisch model; zorgverleners en patiënten moeten het samen ontwikkelen, testen en aanpassen.’
Hoewel actieonderzoek in de praktijk steeds meer wordt toegepast, is het binnen de academische wereld nog niet overal volledig ingeburgerd als klassieke onderzoeksmethode. Hoe dan ook, in mijn eerste actieonderzoek heb ik samen met ouderen een idee gevormd over de toekomst van de ouderenzorg. Verder doe ik literatuuronderzoek en kwantitatief onderzoek, naar een zorgprogramma voor kwetsbare ouderen dat hen helpt om langer zelfstandig thuis te blijven wonen met ondersteuning van huisarts en ziekenhuiszorg.’
“Het gaat om wat belangrijk is voor de patiënt, niet alleen om wat er medisch aan de hand is.”
Ultieme integrale geneeskunde
Waarom speelt geriatrische zorg zich af in een complex systeem? Marleen: ‘Ik zie het als de ultieme vorm van integrale geneeskunde. Geriatrie is uniek, omdat we niet één ziekte behandelen of naar één orgaan kijken, maar naar het geheel: functioneren, fysieke klachten, cognitie, medicatie, sociale context, zingeving en belastbaarheid. Oudere patiënten hebben meerdere problemen, met een kwetsbaar evenwicht. Het gaat om wat belangrijk is voor de patiënt , niet alleen om wat er medisch aan de hand is.’
Ze vervolgt: ‘Dat vraagt om breed kijken, afstemmen en continu balanceren tussen kwaliteit van leven en medische interventies. Want de focus ligt niet alleen op genezing, maar op het behoud van autonomie en kwaliteit van leven. Hoe ouder iemand is, hoe unieker iemand is, dus vraagt deze aanpak om flexibiliteit van de hulpverleners. Dit alles maakt het uiterst complex. Alleen een dokter volstaat niet, je hebt een toegewijd team nodig met daarin een belangrijke rol voor verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, fysiotherapeut, diëtist, et cetera.’
Tussen wal en schip
Betere geriatrische zorg betekent vaak: betere samenwerking tussen eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg. Marleen: ‘Behoud van autonomie en kwaliteit van leven zijn belangrijke uitgangspunten bij oudere patiënten. Je wilt dat het thuis goed met ze gaat, en daarvoor is afstemming tussen zorgverleners uit het ziekenhuis en zorgverleners uit de meer directe omgeving van de patiënt essentieel. Vaak zijn er knelpunten. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wie wat op zich neemt en wanneer. Verder sluiten dossiers niet op elkaar aan, waardoor belangrijke signalen verloren gaan. De ‘schotten’ in de financiering en organisatie vormen de grootste barrière. Kortom, de zorgcontinuïteit hapert. Patiënten komen tussen wal en schip terecht, in een soort vacuüm. Dat leidt tot onnodige herhaalconsulten, dubbele diagnostiek, vertraagde zorg en medicatiefouten, met als gevolg zelfs functieverlies.’
Meedenken en -kijken
Marleen ijvert dan ook voor een duidelijke plek voor geriatrische zorg tussen huisarts en ziekenhuis. ‘In het ziekenhuis kan een geriater regiehouder zijn en dankzij een holistische blik de juiste zorg leveren. Maar inmiddels zie ik ook een rol in de anderhalvelijnszorg . Daar kan de geriater van meerwaarde zijn als verbinder van twee werelden die elkaars taal niet altijd goed spreken. Een geriater weet bij uitstek wat er te halen valt voor die oudere patiënt met kwetsbare gezondheid, wat de vooren nadelen zullen zijn van een opname. De geriater kan laagdrempelig meedenken en meekijken, samen met de specialist ouderengeneeskunde (SO), de voormalige verpleeghuisarts, die ook steeds meer in de eerste lijn werkt.
Wij moeten ons steeds een aantal vragen stellen. Waar is deze specifieke patiënt het best op zijn plek? Hoe kan hij of zij zo lang mogelijk thuisblijven, althans als dat de wens van de patiënt is? Ik ben voorstander van samenwerking tussen de geriater, huisarts en de SO uit de VVT-sector (Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg). Laat geriaters vaker optreden als consulent in de eerste lijn, zodat we expertise delen en de patiënt niet altijd fysiek naar het ziekenhuis hoeft.’





