Ruim een jaar geleden is de eerste patiënt geïncludeerd in het Maasstad Ziekenhuis. Daarmee werd afgetrapt met de TORPEDO-NL studie. Cardioloog-intensivist Corstiaan den Uil en zijn collega-onderzoekers willen een antwoord vinden op de vraag wat de beste uitkomsten biedt bij ernstige longembolie: het toedienen van medicatie die stolsels oplost of het weghalen van de bloedprop met een katheter. Dit wordt getest bij in totaal 111 proefpersonen in zestien Nederlandse ziekenhuizen. Zo wordt gekeken wat de standaard moet worden in de acute zorg bij hoogrisico-longembolie.
Ieder jaar krijgen ongeveer 5500 mensen een longembolie. Dat is een verstopping in de longslagader die levensbedreigend kan zijn. Artsen delen longembolieën in categorieën van ziekte-ernst in. De hoogrisicopatiënten zijn mensen die gereanimeerd worden, in shock zijn, een heel lage bloeddruk hebben of problemen hebben met hun ademhaling. Zij krijgen antistollingsmedicatie en daarnaast is aanvullende behandeling nodig. Maar wat?
Risico’s
Trombolyse of trombectomie, that’s the question. De katheterbehandeling is niet nieuw. Het wordt al langer toegepast bij patiënten die om bepaalde redenen geen trombolyse kunnen krijgen. Maar er is nooit structureel onderzocht of de behandeling effectiever of veiliger is dan het geven van medicatie, legt Corstiaan den Uil uit. ‘De huidige standaard is gebaseerd op een heel klein onderzoek in de jaren negentig. Daarbij kregen vier patiënten extra trombolyse en vier alleen maar de gebruikelijke antistolling. Alleen de vier trombolysepatiënten overleefden.’ Maar aan trombolyse kleven risico’s, zegt Den Uil. ‘In 10 tot 25 procent van de gevallen zijn er ernstige bloedingen. In 3 procent zelfs hersenbloedingen. Dat is misschien niet veel, maar dat wil je altijd voorkomen.’ Maar ook de katheterbehandeling brengt risico’s met zich mee. Een van de belangrijkste is tijd. Zeker in een spoedsituatie duurt het even voordat er een team is om de operatie uit te voeren.
Uitkomsten
Tijdens de studie wordt gekeken naar primaire uitkomsten als sterfte, bloedingen en beroerte, maar ook naar de klinische toestand. Daarnaast wordt ook een ‘waslijst’ aan secundaire eindpunten onderzocht in de dagen en maanden na de behandeling. De onderzoeker somt voorbeelden op: ‘Wat kan een patiënt functioneel? Zijn er bijwerkingen? Zijn er ritmestoornissen? Wat is de kwaliteit van leven? En last but not least: we doen ook een kosteneffectiviteitsanalyse. De operatie is namelijk een stuk duurder dan de trombolyse.’
“Tijdens de studie wordt gekeken naar primaire uitkomsten als sterfte, bloedingen en beroerte, maar ook naar de klinische toestand.”
Voorwaarden
De studie wordt uitgevoerd in ziekenhuizen door heel Nederland. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Elk centrum moet de katheteringreep minimaal drie keer hebben uitgevoerd. ‘Zo beperken we de leercurve en zien we alleen het daadwerkelijke effect’, zegt Corstiaan den Uil. Een tweede voorwaarde is dat elk ziekenhuis een PERTteam moet hebben, oftewel een multidisciplinair longembolie-responsteam.
Includeren
Na een jaar zijn er landelijk 36 patiënten geïncludeerd. Het is niet makkelijk om proefpersonen te vinden, legt Den Uil uit. ‘Uit de ziekenhuizen krijgen we te horen dat patiënten óf te goed zijn en dan alleen met antistolling worden behandeld, óf te slecht. Dan komen ze in een reanimatiesituatie binnen op de Spoedeisende Hulp. Het is lastig om precies die tussencategorie te vinden. Veel patiënten komen ook in de avond of de nacht binnen. Dan moet het team wel weten dat er een onderzoek is. Dat staat niet altijd bij iedereen op het netvlies.’
Samenwerken
De cardioloog-intensivist van het Maasstad Ziekenhuis wil nog niet speculeren over de uitkomsten van de TORPEDONL studie. Maar ook als er geen groot voordeel uit komt, is de studie geslaagd, vindt Den Uil. ‘We leren altijd van elkaar. Deze studie verbetert de samenwerking tussen specialisten. We weten elkaar beter te vinden. We raken meer up-to-date en dat komt terug in betere protocollen en zorgpaden. Dat maakt het sowieso tot een succes.’
Veelbelovende zorg
In 2024 heeft het TORPEDO-NL onderzoek 1,6 miljoen euro subsidie ontvangen vanuit de pot ‘Veelbelovende zorg’ van het Zorginstituut en ZonMw. Het gaat om zorg die niet wordt vergoed vanuit het basispakket, omdat het nog niet bewezen effectief én kosteneffectief is. Corstiaan den Uil: ‘Dat geld is met name bedoeld voor het uitvoeren van de katheteroperaties. Want de ziekenhuizen krijgen daar geen vergoeding voor. Een deel wordt gebruikt voor de projectuitvoering. We hebben ook een bijdrage van 260.000 euro gekregen van de Hartstichting voor een promovendus en monitorkosten.’
De studie wordt geleid door Corstiaan den Uil van het Maasstad Ziekenhuis, Adriaan Kraaijeveld van het UMC Utrecht, Erik Klok van het LUMC en Wim Rietdijk van het Erasmus MC. In de regio Rotterdam doen het Erasmus MC en binnenkort ook het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht mee aan de studie als interventiecentra. Alle andere ziekenhuizen zijn uitgenodigd om potentiële patiënten te bespreken en zo nodig te verwijzen. Waarschijnlijk worden de onderzoeksresultaten eind 2028 bij het Zorginstituut ingediend.





